Een triest verhaal

Vanmorgen, Anno Domini 23 juli 2008, om 07:00!!! Uur (Ik dacht ik ga lekker vroeg, dan ben ik nog een soort op tijd op mijn werk, niet meer wetende dat ik dan een soort vakantie heb), besloot mijn tandarts, die eigenlijk toch altijd vriendelijk tegen mij is, een deel van mij te separeren. Mijn kies linksboven, net naast mijn verstandskies, die ook al hemelen is.

Zo stukje bij beetje wordt ik uit elkaar gepeutert door doktoren die menen dat ik wel een stuk kaak, of een huig kan missen.
Gelukkig voor mij hebben zij altijd het gedeelte tussen mijn knieën en het borstbeen overgeslagen!
Uitgezonderd dan een meter geslachtsbedrading, die ik geheel vrijwillig heb laten verwijderen.
Dit, ter bestrijding van meer levend ter aarde komende Smith's.
Nu maar eens kijken wat er op het laatst overblijft en of het dan nog praat of zoiets. 

Afijn, dit naar aanleiding van mijn enkele weken geleden, tot botox-dikte opgezwollen bovenlip, waaronder zich een pracht van necrose aan het ontwikkelen was.
Nadat er enkele gaten in mijn gebit waren aangebracht om de druk enigszins dragelijk te maken, ontstond er een lucht die aardig tegen de Gekro[1] kon wedijveren.
“Dat hoort” zei de tandarts. Ik dacht zelf van niet.
Na gefriemel en gehandboor werd het beter, de kramp in mijn kaak ging daar dwars tegenin. 

Vervolgafspraken volgen, zo vanmorgen.
De tandartsassistente, waar ik normaliter een ruime gezonde dosis belangstelling voor heb, kwam met een spuit aanwandelen en zei dat ze doodsbang was van prikken.
Bij haarzelf dan, niet bij mij want na twee keer gestoken te zijn, vertelde ze me fijntjes dat de laatste een gemene prik zou zijn.
Ik vroeg me af waarom ze me pijn wilde doen, maar toen had ik hem al te pakken. 

Nadat mijn linkerbovenzijde tot in mijn oog verdoofd was, kwam fluitend (ook zo lekker) de tandarts aan, goedemorgen blèrend.
Met een tang waar je gewoonlijk tegels mee optilt, werd de kies gegrepen. Hierna werd het een licht vaag in mijn oogkassen.
Bij een laatste ruk aan mijn kies hoorde ik net na alle gekraak: “Hmmppff”, waarna de tandartsassistente (Zoals Tiny en Lau het zouden doen) blij kraaide: “Kijk, daar ligt ie!” Ik verwachtte dat de tandarts zou zeggen: “Nou turnet niet!” Maar dat bleef uit.
Kennelijk zat de kies toch wat meer vast als de tandarts had beloofd.

Zeer dure kroon!

Vervolgens ging de tandarts een in de buurt liggende kies mishandelen door er een gat in te boren.
Mij een raadsel waarom, want even later maakte hij hem weer dicht.
Zo, klaar dacht ik. Dacht ik dus, maar niet.
Of ik 3 september weer terug wil komen voor een vervolgbehandeling.
Kennelijk wil hij nog een aanbouw aan zijn huis, en ben ik uitverkoren een deel daarvan te bekostigen.

Toen ging hij een brief printen, waaronder staat: “Met collegiale groet.”
Da’s niet goed, dat betekent dat je naar iets anders moet.
Dat wordt de mondhygiëniste. Op zich niet erg, beetje schoonmaken de boel, maar de brief doet anders vermoeden.
Of ik klaargestoomd kan worden voor de parodontist!
En mensen, als je weet wat die doet! 

Dan kan je mijns inziens toch beter 3 weken in de regen op een te dure camping staan. 

Al met al, bleef het bij de mondhygiëniste.

Eind goed, al goed.


[1] Berucht was in de 50er en 60er jaren de Gekro, het destructiebedrijf aan de Bovendijk dat bij westelijke wind door de stank het woongenot danig verminderde.